Zeehonden

Tijdens de vakantie in Friesland gingen we wadlopen. Die middag bezochten we eerst de zeehondencrèche van Lenie ‘t Hart, want als je toch in Pieterburen bent kun je daar natuurlijk niet omheen.

We zagen de huilers die de dagen daarvoor binnengebracht waren en verbaasden ons erover dat er per dag zo’n 4 tot 6 zeehonden binnenkwamen. Huilers zijn de jonge zeehonden die nog gezoogd worden en die in de stroming hun moeder zijn kwijtgeraakt. Deze zeehondenbaby’s zouden zonder verdere zorg ten dode zijn opgeschreven. Nu zijn er veel mensen die zeggen dat het succes van Lenie in de loop van de jaren haar crèche overbodig had gemaakt. Laat de natuur haar gang gaan, zeggen ze, de populatie is genoeg aangegroeid om niet meer afhankelijk te zijn door de tussenkomst van mensen.  Nu blijkt dat er ook een groot onderzoekscentrum zit bij deze crèche, waar veel belangrijk onderzoek wordt gedaan. Het is dus meer dan alleen de opvang van huilers en gewonde zeehonden.

Anderhalf uur na het bezoek aldaar daalden wij de dijk af onder leiding van enkele gidsen. Onze eerste wadlooptocht begon. En het zou natuurlijk leuk zijn als ook wij enkele van de zeehonden die de waddenzee rijk is zouden zien rondzwemmen of op het drooggevallen wad te zien liggen.

We waren nog maar 500 meter uit de kust toen we twee jonge zeehonden aantroffen. Ze leken in eerste instantie dood, zo stil lagen ze op het drooggevallen wad. Ze hadden geen schijn van kans om makkelijk de weg naar de stroming terug te vinden want ze waren achter beschoeiing terecht gekomen. Toen we naderden zagen ze ons en begonnen te bewegen. Ondanks het feit dat ze waarschijnlijk al drie dagen niet te eten hadden gehad waren ze nog in staat om een afstandje te overbruggen. Wij moesten nog aan onze drie uur durende tocht beginnen en konden niets anders dan ze laten liggen. Wel probeerde een van de gidsen contact te leggen met de crèche om de huilers op te halen. Vele pogingen later had hij eindelijk contact met iemand ergens. Hij verzocht om de huilers op te laten halen en gaf door waar ze te vinden waren.

Tijdens onze tocht werd hij verschillende malen opgeroepen met de marifoon om de vrijwilligers uit te leggen waar de huilers lagen. Links hier, beschoeiing daar, 500 meter uit de kust etc. Maar men vond niets en toen we na ongeveer drie uur weer richting wal gingen had hij de vraag al doorgekregen of de groep wadlopers aub de twee huilers zou kunnen meenemen. De gids vroeg of wij als groep wilden meewerken en dat wilden we wel. Tenslotte is dit een ervaring die je niet dagelijks kunt opdoen.

De huilers waren nog verder richting wal gekropen en dat maakte het alleen maar makkelijker. Uit de rugzak van een van de gidsen werd een brancardkleed gehaald. En van twee gidsen werden de peilstokken gebruikt als dragers waaraan de doek werd bevestigd.

Toen de brancard klaar was werden de glibberige zeehondjes een voor een opgepakt en in de brancard gelegd. Ze vonden dit niets en wilden steeds ontsnappen. Het was een klus om de brancard zo te houden dat ze er niet aan de uiteinden uitgleden of over de bovenkant zouden ontsnappen.

We bereikten de dijk en beklommen die met onze bijzondere vracht. Boven stonden de vrijwilligers klaar met een busje en een grote rieten mand. De jonge zeehonden werden in de mand gelegd en zouden vanaf nu een goede verzorging krijgen. Hun leven was nu een stuk zekerder.

Er zijn mensen die zeggen dat Lenie ‘t Hart zichzelf overbodig heeft gemaakt. Dat de populatie zeehonden groot genoeg is om zelfstandig te overleven. Kan zijn, maar als je daar loopt over het wad, dan kun je het niet over ‘t Hart krijgen om ze daar aan hun lot over te laten en enkele dagen daarna in de krant te moeten lezen dat er een paar dode zeehonden zijn aangespoeld.

Wij zijn de echte natuur niet meer gewend, wij willen zorgen. Doen we er iemand kwaad mee?

M.K. Peta

Juni 2012

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *