Tandartsconference

Henk Elsink had in 1978 een conference over de tandarts. Hoe herkenbaar waren de items die in zijn conference gebruikt werden. (YouTube filmpje staat onderaan)

Zeker voor iemand zoals ik die nogal wat tijd in de diverse stoelen had doorgebracht. Dat begint al met de zoemer die perfect paste bij het geluid van die van mijn tandarts. Waarschijnlijk waren deze zoemers door heel Nederland door de tandartsen aangeschaft. Kwantumkorting. Die zoemer ging je echt door merg en been, en dan moest de behandeling nog plaats vinden.

De stoel waarin je machteloos achterover lag. Heel herkenbaar. Gemaakt voor volwassenen, lig je daar als kind, jeugdige, toch wat moeilijk. Het felle lamplicht boven je gezicht die de tandarts een goed zicht moest verschaffen op de ramp zorgde er vaak voor dat jij niets kon zien. Dat was misschien ook maar goed, want de boren uit die tijd zagen er vervaarlijk uit.

De geluiden van die boren waren ook angstaanjagender dan die van tegenwoordig. Ik heb eens na het boren zo van angst in de vinger van de tandarts gebeten dat hij weigerde om verder te behandelen. Ik kon huiswaarts gaan en hoefde de eerste tijd niet terug te komen. Hij wenste me veel pijn toe. En vertelde en passant bij het verlaten van de behandelkamer dat het boren klaar was en slechts het aanbrengen van de vulling nog moest gebeuren. Als ik terug zou komen na weken van pijn, zo stelde hij, dan moest er weer geboord worden om de behandeling af te maken. Daar moest ik maar eens goed bij nadenken alvorens ik weer zijn vinger zou aanvallen. ( ik was ongeveer 10)

Henk Elsink heeft het over de roze klei om te kunnen happen. “De goeie god mag weten waar ze dat vandaan hebben gehaald. En het was niet zo weinig dat er op zo’n lepel ging, nee, een kleuterklasje zou er een leuke ochtend mee hebben!” Ik heb jaarlijks vanaf de eerste klas bij de controles van Martha de Boer moeten gipshappen, zoals dat toen heette. En inderdaad die lepels zaten boordevol, het werkte dan ook als een attribuut om je kotsneigingen te geven.

“Doe je mond eens los, verder, verder, nog iets… hoe gaat het met de familie?” Die zin werd dan weer niet gebruikt, maar ik herken het wel. Je komt bij de kaakchirurg en de behandeling begint. Je mond wordt opgerekt en platgespoten. Je hebt het gevoel of er een dode olifant op je tong ligt. Als je zou willen, dan nog hou je geen slok water netjes binnen, die komt je neusgaten zo weer uit. Maar ze presteren het om je medicijnen mee te geven en te vragen of je nog vragen hebt op het moment dat de behandeling is afgerond. Je kunt niets zeggen, alle woorden zitten vast achter die dode olifant. En als er al wat doorkomt, dan nog is het onverstaanbaar. Waarom vraagt zo´n assistente niet voor aanvang van de behandeling, hoe het gaat, of er vragen zijn over de behandeling, het medicijnplan etc. Dan kun je na de behandeling gewoon met die dode olifant naar huis. Toch?

Ook eens horen hoe Henk Elsink het mooi wist te verwoorden?

M.K. Peta

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *