Tandarts (1)

Ik zat op de kleuterschool, (toen had je dat nog) en werd uitgekozen voor een studie.

Een professor in de tandheelkunde zocht voor een studie naar de ontwikkeling van het jeugdige gebit een groep kinderen om een jaar of tien te volgen. Waarom ik werd uitgekozen heb ik nooit gehoord en eigenlijk heb ik er ook nooit om gevraagd. Je aanvaarde dat als kind waarschijnlijk, toen tenminste wel.

Haar naam was Martha de Boer, en ze kwam uit Utrecht. Ik woonde toen in Meppel. (Toen ik als 20jarige in Zutphen een nieuwe tandarts kreeg bleek zij de professor te zijn geweest van mijn tandarts. De wereld is klein.) De frequentie van haar bezoekjes, die op school plaatsvonden, weet ik niet meer, maar omdat ze in mijn geheugen gegrift staan zal het wel minimaal twee keer per jaar zijn geweest.

De studie hield in dat ze elke keer een gipsafdruk maakte van de onder- en bovenkaak. Ook het snijvlak werd voor de eeuwigheid vastgelegd. Dit werd gedaan door middel van roze was. Na afloop kreeg ik standaard een sinaasappel, een kleine tube tandpasta en een tandenborstel mee.

Deze bezoekjes waren helemaal niet erg.

Erger was de bus die op het schoolplein kwam. De tandartsbus. Beide dingen stonden ver van elkaar af. De bezoekjes aan Martha de Boer waren niet geweldig, maar ze deed je nooit zeer. Die tandarts in de bus porde met haakjes in je mond!

De tijd was toen heel anders en je ging nog één keer per week in bad. Ook tandenpoetsen gebeurde maar één keer, maar dan wel per dag. Ik had een gebit dat al snel de nodige verzorging van een tandarts nodig had en de gang naar de bus werd al een kwelling als hij het schoolplein op reed. En ik hoefde misschien pas over twee dagen naar binnen. Speelkwartier was niet leuk die dagen. En natuurlijk kreeg ik een briefje mee voor de eigen tandarts.

Je had toen nog een verwijskaart en de tandarts moest die aftekenen anders kreeg je gezeur met de verzekeraar. En onze tandarts die Mensinga heette, en waaraan ik niets menselijks vond, zo´n beul, had toen nog gewoon een inloopspreekuur. Hij had de praktijk boven zijn woning. En tijdens het spreekuur liep de wachtkamer al snel vol. De overloop vulde zich daarna en uiteindelijk stond de trap ook vol met kinderen en ouderen.

Wij konden al jong alleen naar de tandarts en langzaam ging je van de trap richting overloop, waarna je op een gegeven moment plaats kon nemen in de wachtkamer. Daar lagen Donald Ducks, maar je kon helemaal je aandacht niet bij Donald houden, want je hoorde iedereen huilen of anders wel gesmoorde kreten door de muur komen. Hij hield van trekken en boren. Dat wisten we, de boor was luid vertegenwoordigd! En die bel, je treft nergens zo´n bel aan als bij de tandarts, die hebben patent op zo´n bel!  En dan, vlak voor we aan de beurt waren, kwamen we tot de ontdekking dat we onze verwijskaart (expres, maar dat zeiden we natuurlijk niet) thuis hadden liggen. Onverrichte zaken dus weer naar huis, volgende week woensdagmiddag maar weer proberen.

Wie hielden we nou voor de gek… de tandarts lag er niet van wakker, wij wel! En weer moesten we ruim een uur alle angstige kreten, boor- en belgeluiden aanhoren tot we zelf aan de beurt waren. We waren murw voor we naar binnen gingen. Maar de truc met de verwijsbrief bleven we vrijwel elk half jaar herhalen.

M.K. Peta

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *