Let´s play chicken

Het is wat om tijdens het spitsuur op je fiets recht tegen de stroom schooljeugd in te moeten rijden op het heen en weer fietspad. De hele wereld is van jou als je jong bent en dus ook het hele fietspad. Als je met z’n vieren naast elkaar kunt, lukt een vijfde meestal ook nog wel. Nou ben ik geen grote held, maar ik vind wel dat ik ook recht heb op een stukje van de wereld. Dus mijn kant van het fietspad is van mij als ik daar rijd!

“Let’s play chicken” denk ik als het nieuwe schooljaar weer begint. Tenslotte komt er dan een hele horde overmoedige kids bij, die zich willen bewijzen door stoer gedrag op weg naar school. En neem het ze eens kwalijk, in de nieuwe klas en op zo’n immens grote school is het al moeilijk genoeg om je te handhaven, zeker als brugpieper.

Maar er moet duidelijkheid zijn, dus als we elkaar onderweg tegenkomen blijf ik rijden waar ik rijd en weiger ook maar een moment de berm in te gaan. Eerlijk gezegd maak ik, vriendelijk kijkend, ruim gebruik van mijn zijde van het fietspad. En daar komt de horde aan in groepen van 3 á 4 personen breed en 10 achter elkaar. Geen spat gaan ze opzij totdat de meest rechtse in de stress schiet want dat achterlijke oude mens (dat moeten ze haast wel denken) gaat niet aan de kant!!! Hij/zij moet op het laatste moment inschikken in de volle rij en degene achter hem idem etc. Recht voor me kijkend rijd ik door of er helemaal niets aan de hand is. Morgen? Let´s play chicken! En zo gaat het elk jaar weer. Ze kennen me natuurlijk allang, de kids die nieuw zijn leren het snel genoeg.

En ik zie ze al inschuiven, meters voor ze bij me zijn. Ze gaan twee aan twee of maximaal drie als het wat ruimer is, want dat mens is er weer! En die gaat niet opzij! Keurig kids, ik ben trots op jullie!

Gisteren reed ik net buiten de bebouwde kom en zag een haas op het talud zitten.  Hij zag mij ook en dacht waarschijnlijk: shit, daar komt dat achterlijke oude mens aan! Meteen rent hij het talud af en vervolgens snelt hij aan de linkerkant van de geasfalteerde landweg voor me uit. Honderden meters, tot hij denkt een stukje af te kunnen snijden door aan de rechterkant weer een talud op te gaan.

Ik zie de lange oren boven het gras uitkomen op zijn weg naar de andere kant van de rechter bocht. Maar ik zit er al weer vlak achter. Hij rent nu aan de rechterkant op de weg in de richting van de volgende bocht naar links. Opeens staat hij stil, gevaar van achteren, maar er gebeurt ook iets aan de andere kant van de bocht. Er komt een auto de bocht om en hij besluit om nog voor de auto langs de weg over te steken en de wei in te gaan. Met gevaar voor eigen leven: speel geen let´s play chicken met een auto!

Dan zit er een obstakel in de vorm van een boerderij en hek voor zijn neus. Eromheen door de wei dan maar, en als hij eindelijk de boerderij gepasseerd is en aan de andere kant weer naar de weg wil rennen, ziet hij opeens het mens weer opdoemen vanachter de boerderij en ik lig nu ook nog op hem voor. Hij geeft op en blijft verslagen in de wei zitten!

En zo is elke fietstocht van en naar het werk weer een bijzondere gebeurtenis. Wie kom ik tegen, hoe gaan we met elkaar om (waarom zegt die ene meneer die ik dagelijks tegenkom nooit goedendag? Als er iets met 1 van ons gebeurt zal de ander hem te hulp moeten schieten op zo´n stille weg. Dan kun je beter maar groeten,toch?) en hoe staat het met het boerenland? De dieren, de bomen en planten, het maaien en rooien, van alles te zien. En let´s play chicken doen we alleen om de piketpaaltjes uit te zetten, het mag niet gevaarlijk worden.

M.K. Peta

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *