Zutphen, Nederland
info@pigontheattic.nl

Klavertje vier

Hobbyblog

(3 A4tjes)

Hij kwam de deur niet meer uit. Hij had geen trek meer, at slechts wat brood, of wat eten dat door iemand gebracht was. Allemaal goedbedoeld, maar het hoefde voor hem niet meer. Wat had hij nu allemaal nog, weg was zijn maatje, weg was zijn toekomst samen. Het was stil om hem heen, hij draaide geen muziek meer en de tv stond stilzwijgend zijn programma’s af te draaien. Het boeide hem niet meer. Hij wilde alleen maar in gedachten die mooie tijd samen weer beleven. Net of er niets was gebeurd, net of die nare slopende ziekte hen niet uiteen gedreven had.

Om hem heen leefden bezorgde familieleden, vrienden en collega’s. Ze bezochten hem met regelmaat, probeerden hem af te leiden met een gesprek en andere bezigheden. Maar ze kregen hem de deur niet uit en ze zagen hem steeds magerder worden. Het verdriet had zijn gezicht getekend. Wat konden ze nog voor hem doen? Hoe konden ze hem weer leren vooruit te kijken?

Hij stond voor het raam, keek naar de tuin waar voorzichtig de eerste bloemen uit de knop waren gekomen. Hij keek, maar zag ze niet. Er dwarrelde een wit blad door de lucht, het viel op de rand van het hek en werd weer omhoog gestuwd door een nieuwe ruk van de wind. Het blad kwam neer op de grond bij de schuurdeur. Daar bleef het liggen, het kon niet verder door een takje dat het de weg versperde. Het witte wiegelende blad begon zijn aandacht te trekken, gedachteloos keek hij er naar.

Hoe lang het papier zijn aandacht al opeiste wist hij niet, tijd bestond de laatste tijd niet meer, er was slechts ruimte waarin hij leefde, ruimte die hij met iets moest zien te vullen, maar hij kon geen zinvolle invulling bedenken nu hij deze invulling alleen moest maken, maar hij voelde aan dat hij het papier wilde hebben, bekijken, zien wat daar zo uit de lucht kwam vallen…

En voor het eerst sinds tijden opende hij de deur om daar zelf weer doorheen te gaan, niet ver, drie meter naar de schuur en weer terug, met in zijn hand het stuk papier. Eenmaal binnen legde hij het papier op het aanrecht en staarde er naar. Het was een bladzijde uit een boek of zo, het was met een tekst bedrukt. De letters drongen niet tot hem door en niet veel later slenterde hij weer naar de woonkamer om daar weer doelloos in de stoel te gaan zitten staren naar stille tv beelden.

Opeens was daar een klap vanuit de keuken dat hem uit zijn dromen haalde. Wat was er gebeurd? Wat kon er gebeurd zijn? Met een zucht stond hij op en slenterde terug naar de keuken, net nieuwsgierig genoeg om te willen weten wat in die stille keuken zo’n klap had gegeven. Er was niets te zien in de keuken het was nog steeds zo leeg als elke keer dat hij hier kwam. De keuken had zijn gezellige “samen koken” sfeer verloren nu hij alleen was. Op het aanrecht trok het papier weer zijn aandacht en er was een geluid, een zacht geluid, bijna niet meer dan geritsel. Het kwam van buiten de deur. Toen hij naar de keukendeur liep en door het raam keek, zag hij een vogel beduusd op de grond zitten. Hij begreep het al, de vogel was tegen het raam aangevlogen. Hij bleef staren naar het diertje dat weer to zichzelf leek te komen en de veertjes begon te schudden. Ineens dacht hij dat het wel heel bijzonder was dat er twee keer in zo’n korte tijd iets uit de lucht kwam vallen dat zijn aandacht opeiste. En op dat moment greep hij het papier en liep er mee naar de kamer. Hij zette zijn leesbril op en ging zitten.

Het geschrevene was een gedeelte uit een groter verhaal, maar het pakte hem wel. Dit stuk bracht hem zomaar aan het huilen. En hij huilde zoals hij bijna nog niet gehuild had sinds zijn maatje er niet meer was. Het was goed om te huilen, het luchtte hem wel op. Toen zijn tranen weer gedroogd waren keek hij weer naar de tekst. Wat hij las kwam in het kort neer op het volgende: “Ik vraag je, ga op zoek naar een klavertje vier en als je die gevonden hebt, breng hem dan naar mij en ik breng jou vrijheid. Er zijn spelregels die je hierbij in acht moet nemen. Op dag 1 zoek je 5 minuten op het dichtstbijzijnde plekje groen en gaat daarna weer naar huis. Op dag 2 moet je ongeveer 500 meter verder zoeken en niet langer dan 5 minuten.” Zo ging het door. De persoon die de opdracht had gekregen om het klavertje vier voor de ander te zoeken moest elke dag 500 meter verder dan de vorige dag gaan zoeken en langzaamaan werd de tijd dat gezocht mocht worden iets opgerekt, tot het een kwartier was. Het verhaal ging verder, maar niet op dit blad.

Hij vond het een vreemd verhaal. Een klavertje vier, het teken van geluk. Geluk, dat was iets waarvan hij de betekenis bijna niet meer kon voelen. Zij hadden samen de laatste tijd ook wel wat meer geluk kunnen gebruiken. Hij zuchtte eens diep en legde het papier neer.

De dag ging slepend voorbij, hij kreeg aanloop en er werd hem wat eten voorgezet. Ook werd er een maaltijd in de koelkast gezet en de diepvries werd weer aangevuld met brood. Hij waardeerde het allemaal wel, maar als men wegging was daar weer die leegte waar hij alleen mee moest leren dealen. En hij kon zich nu niet voorstellen dat hem dat ooit zou lukken.

De volgende ochtend stond hij in pyjama voor het keukenraam. In de tuin zat het vogeltje dat de vorige dag tegen het raam aan was gevlogen. Het keek hem aan, zijn veertjes opgebold om warm te blijven. Zou die nou nog zo versuft zijn van de klap? Het begon te tjilpen en hipte wat heen en weer, het leek goed te gaan, die redde het wel, als de kat van verderop hem niet te grazen nam. Het dier schudde zijn verenpak weer glad en vloog weg. Hij liep naar de kamer en zijn oog viel op het papier dat door iemand op tafel gelegd was. In gedachten riep hij het stuk van het verhaaltje weer op, draaide zich toen om en liep de gang in. Hij opende de voordeur en keek om de hoek. Het was nog vroeg, de kinderen uit de buurt waren nog niet op weg naar school. Het was ook koud, zo op zijn pantoffels en in pyjama. Hij deed de deur weer even dicht, haalde zijn schoenen op, deed zijn jas aan en stapte naar buiten. Even verderop was een voetbalveldje en daar ging hij naar toe. Aan de rand gekomen staarde hij naar beneden. Klavertjes, stonden die hier? Hij had maar 5 minuten om dat uit te zoeken. Hij keek op zijn horloge… en besefte toen dat hij die al tijden niet meer om had. Tijd bestond tenslotte niet meer. Dat moest anders, hij moest naar huis om z’n horloge om te doen.

Toen hij langs de gangspiegel liep zag hij dat hij er onverzorgd bij liep. Ongeschoren, niet gedoucht, haren door de war. Nu, het was maar voor 5 minuten. Met het horloge om de pols ging hij weer terug naar het veldje en hij bekeek de plek voor 5 minuten. Hij hield zich strikt aan de tijd en ging toen weer naar huis. Toen zijn jas en schoenen weer uit waren zakte hij in de stoel en sloot zijn ogen. Dat was een hele onderneming geweest. Het had hem energie gekost. Dat kleine eindje, hoe kon dat zo’n gevoel van vermoeidheid geven? Het was wel de eerste keer in lange tijd dat hij de deur uit was geweest. Na de begrafenis had hij het huis niet meer verlaten.

Morgen, morgen dan moest hij 500 meter verderop kijken. Hij haalde de omgeving in gedachten naar voren. Waar kon hij een volgend veldje vinden, daar had hij nooit zo op gelet. Maar het kon natuurlijk ook gewoon de berm zijn, overal groeide klaver. Maar dan moest hij zich beter voorbereiden. Hij moest iets warmers aan doen en minimaal geschoren zijn.

In de buurt zag men hem ’s ochtend voorbij wandelen. Hij keek niet op of om, hij leek een doel te hebben. En zo zagen ze hem vervolgens op verschillende plaatsen staan staren naar een grasveld. Ze lieten hem met rust, het was al goed om te zien dat hij weer buiten kwam.

Hij kreeg trek van de korte wandelingetjes, 1 per dag, en de maaltijden die hij kreeg werden nu opgegeten. Er werd verheugd gereageerd door familie en vrienden dat het met hem de goede kant op ging. Ze wisten niets van zijn missie, maar zagen dat er weer wat kleur op zijn wangen kwam, hij zich weer sterker voelde en dat de eetlust beter was geworden. Er was nu een week voorbij en hij zat al op 3 kilometer heen, 10 minuten zoeken en weer 3 kilometer terug. Hij was anderhalf uur onderweg. Hij zat al ruim aan de rand van de stad. Nu had hij het prachtige park bereikt en hij had uitgerekend waar hij ongeveer zoeken zou deze dag. Hij bukte zich en streek soms wat klaver op zij om te zien of het echt niet 4 blaadjes had. Er stopte een heer naast hem. “Bent u iets verloren?” vroeg de heer. Ja, dacht hij, hij was zeker iets verloren, zijn maatje! Maar hij wees naar het gras. “Ik zoek een klavertje vier.”

De heer stapte ook het gras op en keek mee in het gras. “Is die hier te vinden?” Even ergerde hij zich aan de heer en zijn aanwezigheid, maar haalde toen zijn schouders op. “Weet ik niet.”

Toen zijn 10 minuten voorbij waren strekte hij zijn rug en stopte zoeken. De heer keek hem bevreemd aan. “U bent uitgezocht?” “Voor vandaag wel, morgen zoek ik verderop.” De heer knikte, net of hij het leek te begrijpen. Hij groette de heer vriendelijk en ging weer naar huis. Er was in zijn leven niet meer ruimte dan die hij voor deze missie nodig had, daarna trok hij zich weer terug in zijn huis. Daar waar zij zo vele jaren samen waren. Er was nog geen ruimte voor echte gesprekken met vreemden.

Hij merkte dat op de volgende wandelingen steeds vaker iemand een praatje met hem probeerde aan te knopen en iedereen die dat deed zocht even met hem mee. Ongemerkt werden de zinnen die hij uitsprak langer en stelde hij zelf ook eens een vraag. Hij had zelfs al eens met iemand een praatje gemaakt op een bankje, uitkijkend over het water van een vijver.

Drie weken was hij nu onderweg en de wandeling die hem nog steeds geen klavertje vier had opgeleverd bracht hem nu al bijna op een wandeling van 15 kilometer. Hij keek onderweg steeds meer om zich heen en groette hier en daar de voorbijgangers. Hij kleedde zich voor de wandelingen, verzorgde zichzelf weer, at en sliep stukken beter.

En toen hij een maand na de start van zijn missie een klavertje vier vond borg hij deze voorzichtig weg in een boekje dat hij op zak had. Hij was blij, het geluk was met hem. Hij had zijn klavertje vier gevonden en moest dat nu naar zijn maatje brengen. Op de schoorsteenmantel stond de urn en daar legde hij het klavertje vier bij neer. “Dank je wel voor de vrijheid die ik weer terug gekregen heb.”

M.K. Peta

 

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

RSS
Follow by Email
LinkedIn
Share
Instagram