De Vlieg

Het is alweer zo’n twintig jaar geleden, maar ik kan het me steeds levendig voor de geest halen, de dag dat ik een vlieg in mijn oor had!

Het was stormachtig en ik besloot om meteen boodschappen te halen als ik de kinderen naar school had gebracht. Dus toen ik ze om 13.15 had afgeleverd reed ik door naar het winkelcentrum. De wind waaide van opzij en ik had moeite om recht op de fiets te blijven. Op het hoekje van het fietspad kwam er met een tik iets tegen mijn oorschelp aan. Ik stak mijn vinger in het oor om even te schudden en het ding wat er tegenaan was gewaaid kwijt te raken. Toen ik de bocht omdraaide en mijn weg wilde vervolgen zat ik opeens stijf van schrik op mijn fiets, ogen die uitpuilden verrieden dat er iets walgelijks gebeurde! In mijn hoofd krabbelden pootjes om verder te komen. En dat krabbelen was alsof je op een microfoon test of die aan staat door met je vingers er overheen te krabben. Luid dus! Want geloof me, deze luidspreker stond echt aan!

Ik bevroor als het ware, maar dat kon niet, ik stond midden op het fietspad, ik kon hier niets beginnen tegen een beest wat in mijn oor gedrongen was. Wat nu? Doorgaan, dan maar boodschappen halen en verder kijken. Dat was een illusie en die was ik na enkele meters dan ook al weer kwijt toen er weer getracht werd op volle sterkte verder te kruipen. Hoe kon ik naar het winkelcentrum gaan, ik zou gek zijn voor ik er aan kwam! Zo, met een vlieg in mijn oor, of was het nog wat anders? Wesp? Oorworm? Ik moest naar huis en dan naar de dokter. Meteen keerde ik om en tegen de wind in ging ik bevend van ellende en huilend van angst huiswaarts. Na het wegzetten van de fiets wilde ik naar de auto, maar zo kon ik toch niet gaan rijden? Ik was zo nerveus dat ik de grootste ongelukken zou maken. De buren, die konden misschien iets doen. Met de handen voor mijn mond om het huilen en gebibber te verbergen liep ik voor hun keukenraam langs. De buurman dacht dat ik mijn hand voor de mond hield van het lachen en naar hen toe kwam om een goeie mop te vertellen. Groot was dan ook de schrik toen hij de deur opende en mij klagelijk hoorde jammeren dat er iets in mijn oor zat. Ze probeerden te ontdekken wat het was maar konden niets zien. Wat ze wel zagen, dat hier iemand zat die compleet over de toeren was. En het besluit viel, naar de EHBO. Dus achterin de auto van de buren, de buurvrouw naast mij om me vast te houden. En terwijl we de weg naar het ziekenhuis opreden was er voor de zoveelste keer het gekrabbel van pootjes te horen, maar ik hoorde dat het geluid zich iets verwijderde. “Komt hij eruit?” huilde ik. De buurvrouw keek en zag inderdaad dat er een vlieg aan het uitkruipen was. De eerstvolgende rotonde draaide de buurman de auto en gingen we weer huiswaarts. Ik heb zelden twee mensen zo hard horen lachen. De buren! Het was natuurlijk ook een komische situatie. En de ontlading dat het leed geleden was stond hen toe om te lachen. Ze hebben me een kop thee gegeven en langzaam keerde de rust weer in mij.

De dokter haalde de volgende dag nog een pootje uit mijn oor. “Een beetje olie in het oor de volgende keer!” zei hij. Niets volgende keer, zoiets nooit meer! Van man en kinderen kreeg ik een koptelefoon, die kon ik buiten opdoen, want ze zagen me steeds rijden met een hand over mijn oor. En steeds maar vragen, “zit er iets in mijn oorschelp?” We zijn twintig jaar verder. Ik heb met dit verhaal eens een conference gemaakt. De mensen dachten met een idioot van doen te hebben. Mijn buren van toen moeten welhaast hetzelfde hebben gedacht.

M.K. Peta

April 2012

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *