Armoede

Onlangs keken we naar de tv serie Lijn 32. Een Nederlandse productie. Voor hen die deze serie niet hebben gezien:  We zien mensen in een bus plaatsnemen. Elke halte stappen er een paar in. Even later vliegt deze bus over de kop en in brand. En dan gaat de serie beginnen, zo´n 8 weken voor dit ongeval, en elke aflevering vindt plaats een week dichter naar het ongeluk toe. Elke uitzending zien we en volgen we de mensen die in deze bus zaten tijdens dit ongeluk. Wat bracht hen samen, waarom zaten ze juist op dat tijdstip in die bewuste bus, waar gingen ze heen  en waarom gebeurde dit ongeval?

Langzaam leren we de inzittenden kennen en we zijn al aan het gissen waardoor de bus in vlammen opgaat. En daar zit hem nu juist de fout. We gaan uit van aannames. En is dat niet de fout die in het dagelijkse leven voor zoveel problemen en vooroordelen zorgt? Die zelfde aannames zijn gedaan door een  persoon in de bus, de uiteindelijke veroorzaker van het ongeluk.

In deze weken  volgen wij een ouder echtpaar. Ze zien er wat versleten uit, we zien hen die eerste aflevering naar de bus gaan. Waarom geen taxi naar het ziekenhuis, vraagt de oude man aan zijn vrouw. Ze draait er om heen, wil niet kwijt dat ze geen geld meer voor de taxi hebben. De weken die daarna volgen zien we hoe schrijnend deze armoede is. Verborgen leed achter de zoveelste gesloten voordeur. Want die voordeur blijft gesloten, zelfs de wijkverpleegster die wordt ingeschakeld als het ze de week daarop niet lukt om zelfstandig naar de dialyse van meneer te gaan, heeft moeite om binnen te komen.

Mevrouw zien wij afglijden in een soort van niet meer weten, misschien beginnende dementie? Ze vertrouwt niemand meer, en in gedachten schuifelt ze over straat, zonder te merken dat ze levensgevaarlijk oversteekt waarbij er ongelukken ontstaan, zelfs met dodelijke afloop.

De wijkverpleegkundige is een kordate vrouw die meer ziet dan ze mag zien van de oude vrouw. Ze ziet dat er geen voedsel meer is, geen geld om het gas en water te betalen en ze wil instanties inschakelen om te helpen. Maar de argwaan van mevrouw naar de maatschappij en haar trots weerhouden haar er van om die hulp te accepteren.

Op een dag denkt meneer dat hij aan de dialyse moet en de wijkverpleegster is er nog niet. Hij wil dat zijn vrouw actie onderneemt. Maar in plaats van de wijkverpleegster te bellen (telefoon is afgesloten) sluit ze zelf haar man aan aan het apparaat. Dat gaat helemaal niet goed, maar de man is hulpeloos en kan niets inbrengen. Terwijl hij op het bed in de kamer ligt, trekt zij de jas aan en gaat de straat op. Geen idee wat haar daar toe brengt. Ze loopt en loopt. Intussen begint het apparaat dat niet goed is aangesloten te piepen. Meneer roept zijn vrouw en trekt tenslotte de snoeren los en van zijn lichaam. Hij trekt een vest aan, wil zijn vrouw zoeken, en valt dan terug op bed. Hij heeft een hartaanval gekregen. Als zijn vrouw uiteindelijk thuis komt ligt hij dood op bed. Ze gaat naast hem liggen. Beseft ze wel dat hij dood is? De volgende dag komt de wijkzuster, ze wordt er niet ingelaten. Zij alarmeert de hulpdiensten. Meneer wordt tenslotte door de gemeente begraven.  Deze meneer is gelukkig nog gevonden na een dag. Maar ik moest wel denken aan die berichten in de krant waar melding wordt gemaakt over een dode die maanden in zijn huis heeft gelegen.

Het onderwerp armoede is op een heel integere manier aan ons voorgehouden. Lijn 32 heeft meer laten zien dan een ongeluk!

M.K. Peta

18 maart 2012

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *